Het ultieme loslaten
- Marianne Nijnuis
- 1 dag geleden
- 2 minuten om te lezen

Mijn vader heeft er een handje van. Zijn omgeving de stuipen op het lijf jagen. Tijdens de eerste lockdown werd hij acuut opgenomen met een resterende nierfunctie van 8%. Deze is gelukkig hersteld naar ruim boven de 40. Afgelopen week werd ik gebeld door mijn moeder, hij werd afgevoerd door de ambulance met de verdenking hartaanval, daarmee mijn moeder ook zowat een hartaandoening bezorgend.
De dokter in mij wist een en ander prima te relativeren, de dochter in mij vond het allemaal niet zo grappig. Een onrustige nacht verder, vol dromen over ambulances, vaders die neervielen en moeders die door ziekenhuisgangen dwaalden, belde ik, zodra dit enigszins een fatsoenlijk tijdstip werd, mijn moeder. Of ze al nieuws had. Het ging gelukkig wat beter en hij mocht waarschijnlijk dezelfde dag alweer naar huis. Of ze zelf nog geslapen had? Nee, nou ja, een paar uurtjes, nadat ze een medicijn tegen de hartkloppingen had ingenomen.
Nu ben ik zelf uitermate bedreven in het hebben van een ziekte, een chronische ziekte weliswaar, zonder acute opnames. Het hebben daarvan is niet leuk, het beïnvloedt in hoge mate het leven zoals jij dat wilt leiden, maar jij hebt zelf de touwtjes min of meer in handen.
Als partner of als familielid is dit anders. Je kan niets anders dan lijdzaam toezien, de ander toeschreeuwend wat hij allemaal anders en beter moet doen. Dat werkte immers bij die en die ook. Alles wat je leest op internet en wat mogelijk zou kunnen werken ter verbetering, dient de ander ook te proberen, daarmee zijn kansen op genezing vergrotend. Als je niet oppast, word je daarmee zo’n irritante, overbezorgde kip die bovenop zijn geliefde kroost wil gaan zitten.
Om te voorkomen dat je jezelf als zo’n tikje agressieve kip gaat gedragen, is het de kunst op je handen te gaan zitten en je kaken stijf op elkaar te houden, er te zijn voor diegene op het moment dat het nodig is en vooral duimen dat het niet nog een keer gebeurt.
Comments